![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Mijn Woensel-West
plaats:
eindhoven
trefwoorden
TU/e, Woensel West, Eindhoven
opdrachtgever
tu/e
projectteam
Ruben ter Harmsel en Henrik Jan Haarink
datum
maart 2006
Project
Het Masterproject Woensel West vindt plaats in het kader van het convenant tussen de TU/e en de gemeente Eindhoven. In dit project wordt één van de hoofdthema’s namelijk stedelijke vernieuwing behandeld.
Woensel West is in cultureel opzicht een van de meest gedifferentieerde wijken van Eindhoven. Nergens is de individuele expressie van bewoners zo groot als in Woensel West. Hoewel ook berucht is de wijk voor veel bewoners een aantrekkelijke en vitale woonomgeving. Woensel West is echter in sociaal en fysiek opzicht versleten. Daar komt bij dat de wijk gebouwd is in een tijdperk zonder auto's. Veel kleinere straten in de wijk hebben een onaantrekkelijk hard profiel met veel auto's en weinig groen. Tegelijkertijd wordt het groen dat in ruimere mate aanwezig is op andere plekken in de wijk nauwelijks gebruikt en ligt er veelal troosteloos bij. De ideologie waarmee de openbare ruimte is vormgegeven is dan ook aan herziening toe.
Over het algemeen resulteren stedelijke vernieuwingsoperaties in de sloop en herbouw van een wijk. Voor dit project is ons gevraagd dit niet als uitgangspunt te nemen, maar te kijken of er ook alternatieve perspectieven zijn, om op meer doelgerichte wijze in te grijpen.
Dit heeft geresulteerd in een toolbox met zogenaamde ‘tools’ voor interventies van een beperkte schaal, die we vervolgens op buurtniveau in de vorm van zeven Pilots uitgewerkt hebben.
Structuuranalyse
Woensel West is gelegen in het noordelijk deel van Eindhoven net buiten de ring en ingesloten door twee van de radialen die kenmerkend zijn voor de Eindhovense stedelijke structuur, te weten de Boschdijk en de spoorlijn. Samen met het bedrijvencomplex van Philips aan de noordzijde is de wijk aan alle kanten duidelijk ingekaderd. Dit heeft als gevolg, dat de randen niet echt bij de wijk horen, maar juist naar buiten gericht zijn.
Aan de zuidzijde ligt de wijk aan het Marconiplein, een druk verkeersplein met op het punt waar Woensel West het plein raakt een groot gebouw met kantoren, appartementen, maisonnettes, ateliers en wijkkantoren van architectenbureau Diederen Dirix is gerealiseerd. Hieronder bevind zich ook de (toekomstige) markt. Voor de passerende automobilist gaat het grootste deel van de wijk schuil achter de brede rug van het gebouw. Direct achter het gebouw bevind zich het Baekelandplein, waar sinds enige tijd de raamprostitutie, die verspreid in de wijk plaatsvond, geconcentreerd is.
Tussen de spoorlijn richting Den Bosch en de wijk aan de westzijde, ligt een strook groen, met een parkachtige uitstraling die veel kwaliteit heeft. Deze strook wordt echter weinig gebruikt door de wijkbewoners, omdat zwervers, prostituees en drugsverslaafden van de beschutting aan de randen van dit gebied gebruik maken en vuil zoals spuiten, condooms en lege drankflessen zich onder het overhangend groen verzameld.
Verder valt op dat de wijk een zeer prominent aanwezige en heldere structuur heeft. Met de Edisonstraat als monumentale hoofdas centraal door de wijk, eindigend op het Celciusplein. Oorspronkelijk had hier een kerk moeten komen te staan, die is echter niet gerealiseerd. De dramatische as mist hierdoor een waardige beëindiging. De assenstructuur lag er al ver voordat Woensel West gebouwd wordt.
De wijk is tevens voorzien van een uitgebreid brandgangenstelsel, dat alle woningen aan de achterkant ontsluit.
Historische analyse
Op de historische kaart van rond 1922 is de locatie waar Woensel West komt te liggen nog niet bebouwd. Wel zijn de eerder genoemde radialen duidelijk zichtbaar. Verder is de leemfabriek op het huidige Philipsterrein duidelijk zichtbaar.
In 1925 is Philips begonnen met de bouw van een 'Natuurkundigen-wijk' (Galvanistraat, Edisonstraat, Voltastraat, Wattstraat, enzovoort). Binnen Philips werkten allerlei groepen mensen, van arbeiders tot hoogkader personeel. De wijk moest een afspiegeling worden van het bedrijf: van arbeiderswoning tot woningen voor hoogkader personeel.
Het idee voor de opbouw van deze wijk was een parkstad. Dat betekent dat er veel ruime wegen met veel groen in middenbermen, bomen en fraaie woningen kwamen.
Philips bouwde 659 arbeiderswoningen, deze woningen vormen nog steeds het grootste deel van de woningvoorraad van Woensel West. Rond 1932 worden de eerste woningen gerenoveerd en pleegt de gemeente ook sociale woningbouw in Woensel west. De wijk wordt niet ingericht voor de auto.
Tussen 1935 en 1940 worden er middenstandswoningen aan het assortiment woningtypes toegevoegd. Nu zijn er woningen voor alle rangen en standen in de wijk. Verder worden er beamtewoningen, ééngezinswoningen, vrijstaande en blokwoningen gebouwd.
In 1950 worden aan de rand van de spoorzijde Duplexwoningen in de wijk gebouwd om aan de naoorlogse woningvraag te voldoen. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze woningen als de woningnood zou dalen gekoppeld zouden worden, zodat twee woningen samen één werden. Dit is tot op heden echter nog niet gebeurd.
Rond 1962 bouwt Philips een bedrijvencomplex met het hoofdkantoor ten Noorden van Woensel West. De wijk is compleet ingesloten door grootschalige bebouwing en verkeersaders.
Sociale buurtstructuur
Door het assenstelsel van hoofdwegen in de wijk ontstaan topografisch gezien duidelijk te onderscheiden buurten. Deze buurten hebben in de historie sociaal gezien ook een belangrijke rol gespeeld. Doordat arbeiders uit bepaalde streken waar het economisch minder voor de wind ging bij elkaar in één buurt woonden. Vormden zich hechte buurten en zelfs clans. Arbeiders kwamen bij elkaar thuis, ook de meisjes die in de buurt prostitueerden werden geaccepteerd. Er heerste een sterk saamhorigheidsgevoel. Dit saamhorigheidsgevoel was mede het gevolg van het feit dat iedereen voor dezelfde werkgever, Philips, werkte. Philips was de trots van Woensel West.
Tot de jaren vijftig heeft de sociale buurtstructuur goed gefunctioneerd. In de 60er jaren kwamen er gastarbeiders uit andere culturen in Woensel West wonen. Tijdens de crisis in de jaren zeventig werd een groot deel van deze gastarbeiders, maar ook van de oorspronkelijke bewoners van de wijk werkloos. Hierdoor is de sociale balans in Woensel West verstoord en de sociale homogeniteit die er, zeker op buurtniveau, was verdwenen.
Uitgangspunten
Een aantal buurten binnen Woensel West zijn wat woningen en openbare inrichting betreft van een dusdanige kwaliteit dat we het niet nodig vinden ze aan te pakken. Deze zijn in ons plan dan ook buiten beschouwing gelaten.
In de buurten waar we wel interveniëren, speelt de volgende problematiek:
De lange rechte straten hebben een hard straatprofiel met weinig groen. Dit geeft een monotoon straatbeeld, waardoor het moeilijk is je in de wijk te oriënteren.
Woensel West is gebouwd toen de auto nog geen prominente rol speelde in het dagelijks leven. Met de komst van de auto bleek er te weinig ruimte. Door groen te verwijderen en parkeerplaatsen te maken is het straatprofiel in de meeste straten zeer hard van karakter.
De auto speelt een belangrijke rol in Woensel West. Het is in sommige buurten een statussymbool. Echter doordat de wijk niet ontworpen is voor de auto staat de heilige koe vaak in de weg.
Doordat een groot deel van de woningen nog stamt uit de jaren 30 en 40 zijn ze naar de huidige standaard krap bemeten. Het is daarom wenselijk een deel van de woningen uit te breiden. Zo ontstaat er binnen de buurten eveneens meer differentiatie in woninggrootte.
Het straatleven speelt een belangrijke rol in Woensel West. Veel bewoners verkiezen de voortuin of het trottoir voor de deur boven hun achtertuin als plek om te zitten. Het lijkt ons wenselijk deze karakteristiek van de wijk te behouden en uit te buiten.
Strategie
Buurtniveau
Gezien de geschiedenis en de structuur van Woensel West hebben we besloten om op buurtniveau te interveniëren. De aanpassingen die we doen, zijn dan ook van een formaat dat het meeste effect zal hebben op de buurt. Door de buurten met deze ingrepen allemaal een eigen karakter te geven en deze aan elkaar te rijgen door met name de Edisonstraat wordt het gezicht van de hele wijk Woensel West bepaald.
Mijn buurt
Door in elke wijk andere oplossingen of een verzameling van oplossingen voor de problematiek te genereren krijgt iedere buurt zijn eigen identiteit. Hiermee beogen we de saamhorigheid binnen de buurt te vergroten en verantwoordelijkheidsgevoel te kweken. Als elke buurt een duidelijk eigen karakter heeft kunnen de bewoners ook weer trots zijn op hun buurt. Het geeft de bewoners ook een nieuwe identiteit.
Parkeerprobleem
Door het parkeerprobleem op te lossen, creëren we ruimte om bestaande kwaliteiten terug te brengen en nieuwe kwaliteiten in de wijk aan te brengen. Het is zaak eerst voor een geschikte oplossing voor het parkeren te zorgen, de ruimte die zo ontstaat, kan vervolgens ingevuld worden met andere functies die ten goede komen aan het karakter van de buurt.
Faciliteren van het straatleven
Wat opvalt als je door Woensel West loopt, is dat veel mensen voor hun huis zitten. De aanzienlijke achtertuin wordt niet veel gebruikt om in te zitten, hiervoor wordt de voortuin gebruikt of een deel van de stoep geclaimd. Om deze ‘wildgroei’ van zitplekken te kunnen controleren willen we het straatleven beter faciliteren. De ruimte die vrij komt met het oplossen van het parkeerprobleem kunnen we hiervoor gebruiken.
Toolbox
Onderstaande tools zijn principes die ingezet kunnen worden bij het herstructureren van Woensel West. Het zijn principes die niet plaatsgebonden zijn en in combinatie met elkaar toegepast kunnen worden. In de Pilots worden onderstaande tools verder uitgewerkt.
Parkeren in de woning
Door de auto van de straat te halen en in de woning te parkeren ontstaat er ruimte voor voorzieningen op straat. Zo kan iedere woning een eigen plek krijgen om voor de deur aan straat te zitten. De woonruimte die verloren gaat in de woning wordt aan de achterzijde aangebouwd. Dit kan doordat de tuinen hier in de meeste gevallen diep genoeg voor zijn. Door de kap van de arbeiderswoningen te vervangen door een houtskelet opbouw is het mogelijk de woningen nog ruimer te maken. Met deze ingreep voegen we een nieuwe woningtypologie toe in Woensel West.
Parkeren in garage-torens
Een andere manier om de auto uit de straten, maar niet uit beeld te krijgen is het bouwen van parkeertorens. Deze torens krijgen een open structuur waardoor de geparkeerde auto’s goed te zien zijn. De parkkeertorens komen op hoeken van de straten, in de ene straat aan het begin en de andere aan het einde van de straat. Zo hoeven bewoners nooit verder te lopen dan de halve straatlengte naar hun auto, zijn de torens beeldbepalend voor de buurt en spelen ze een belangrijke rol in het vormen van een identiteit voor de buurt.
De straten worden verder afgesloten voor autoverkeer, zodat er plaats is voor andere activiteiten en functies.
Half verdiept parkeren met functies op het dak
Het maaiveld wordt anderhalve meter opgetild, zodat hieronder half verdiept geparkeerd kan worden. De rand van de ‘parkeerkelder’ grenst aan alle omliggende tuinen, waar zich een trap naar beneden en een trap naar boven bevindt. Bewoners hebben dus hun auto bij de woning en kunnen deze vanaf eigen terrein bereiken. De andere trap lijdt naar een deel van de tuin dat op het dak van de parkeergarage gelegen is.
Inverse Woensel
Door de woningen via de achterkant te ontsluiten ontstaat ruimte aan de voorkant. Achterzijde wordt hierdoor voorzijde en omgekeerd. Parkeren kan op eigen terrein plaatsvinden. Hierdoor ontstaat een beeld dat doet denken aan de amerikaanse suburbs van Los Angeles. Elke woning heeft een eigen oprijlaan met daarop de auto, en een gazon waarop het buitenleven zich afspeeld. Voor de tuinen langs loopt een breed trotoir, waarover de krantenjongen fietst als hij de krant in de tuinen gooit.
Het verplaatsen van bouwblokken om hoven te creëren
Met het verplaatsen van enkele woningblokken wordt het mogelijk straten om te vormen tot hoven waaraan de woningen staan. De woningen staan nu meer met de voorkant naar elkaar toe, waardoor een meer intieme sfeer ontstaat op het hof dan in de langgerekte smalle straten. Naast parkeren is er op het plein meer ruimte voor ontmoeting, mede doordat bewoners het plein over moeten steken om bij de auto te komen en dus bij de buren voor het huis langs moeten.
Parkachtig groen van westelijke wijkrand de wijk inbrengen
De groenstrook aan de spoorlijnzijde van Woensel West wordt nu niet veel gebruikt, doordat het bosschage tegen de spoorlijnwal beschutting biedt aan prostituees en drugsverslaafden, die het door de rommel die ze achterlaten onmogelijk maken voor bijvoorbeeld kinderen om er te spelen. Door water langs deze spoorwal te leggen wordt de zone achter dat water ontoegankelijk gemaakt. Hierdoor kan de beschutting van de spoorwal niet meer gebruikt worden. Waardoor het parkachtig groen zijn waarde voor de wijk terugkrijgt.
Om ervoor te zorgen dat de relatie tussen de groene strook en de wijk versterkt wordt zal het water als beekjes de wijk inlopen, een groen spoor met zich meetrekkend, zoals ook de Dommel dat doet door heel Eindhoven.
Optillen flappen maaiveld ten behoeve van parkeren
Delen van het maaiveld kunnen worden opgetild, waardoor op die punten een glooiend landschap ontstaat. Op dit landschap bevinden zich tuinen of speelplaatsen en wandelpaden.
Pilot
In de pilots die we ontworpen hebben, zijn de tools uit de toolbox ingezet op verschillende lokaties in de wijk. De buurten onderscheiden zich van elkaar door het gebruik van een steeds andere combinatie van tools. Hierdoor krijgen ze ieder hun eigen identiteit.
Pilot 01
Hier zijn hoven gevormd door een aantal woningen te slopen en te spiegelen. De woningen hebben een niet al te grote achtertuin, maar hebben parkeren en veel openbare ruimte voor de deur. Een hof heeft als voordeel ten opzichte van het wonen aan straat, dat de sociale verbondenheid van de mensen die aan een hof wonen over het algemeen groter is. Het hof vormt een plek, een punt in de wijk, terwijl een straat zich manifesteert als een lijn, waar je langs voortbeweegt.
Pilot 02
Hier is het verdiept parkeren aan de voorzijde van de woning toegepast. Waarbij de toegang van de parkeergarage vanaf het eigen terrein plaats vindt. Via een trap kan de auto, die bij de eigen woning geparkeerd wordt bereikt worden. Het eigen terrein loopt door tot op het parkeerdek. Dit deel is via een tweede trap te betreden. Alle tuinen van de Snelliushof komen hier bij elkaar. De tuinen van de hoekwoningen bevinden zich midden op het parkeerdak en zijn bereikbaar via looppaden die langs alle kavels lopen. Deze paden bieden naast het ontsluiten van de middentuinen de mogelijkheid om bij de overburen een praatje te maken.
De brandgangen rondom de Snelliushof worden verbreed, zodat ze gebruikt kunnen worden door voetgangers en fietsers. Door het verbreden van het pad en het verwijderen van de schuttingen wordt een open en groene sfeer gecreëerd. De weg biedt speelruimte voor kinderen, aan het pad grenzen grote tuinen die zorgen voor sociale controle in het binnengebied.
Het parkeren gebeurd op parkeerkavels die geheel ingericht zijn om in de parkeervoorziening voor de omliggende kavels te voorzien. Boven de parkeerkavels zijn appartementen gelegen.
Pilot 03
De tool die in deze pilot uitgewerkt is, is de inverse Woensel. Parkeren vindt plaats op de eigen kavel aan de achterkant van de woningen die ook aan deze zijde ontsloten worden. De achterkant wordt nu beschouwd als voorkant, hier krijgen de bewoners ook hun postadres. De brievenbus wordt aan de weg geplaatst, zodat bewoners de straat op moeten om de post op te halen. Zo worden ontmoetingen tussen buurtbewoners te stimuleren.
Om aan de parkeernorm te kunnen voldoen, is op een aantal plaatsen het maaiveld opgetild. Hieronder kan geparkeerd worden, terwijl bovenop het golvende landschap dat ontstaan is, de aangrenzende woningen een tuin hebben.
De voorzijde van de woningen is autovrij. De straat bestaat uit een groenstrook met daardoor meanderend een pad voor fietsers en voetgangers. Aan dit pad bevinden zich kleine buurtvoorzieningen, kleine ondernemers en speelplaatsen. Daar waar de route voor langzaam verkeer en de wegen voor autoverkeer elkaar kruisen, gebeurt dit ongelijkvloers.
Pilot 04
De auto is in Woensel West een statussymbool. Daarbij zit een deel van de inwoners graag voor het huis op het trottoir naast de eigen auto.
Om dit te faciliteren is in deze pilot het parkeren verplaatst in de woning. De auto staat nu nog dichter bij het wonen. Om ervoor te zorgen dat genoeg leefruimte overblijft in de woningen worden deze aan de achterzijde uitgebreid. Verder is de voordeur een kwartslag gedraaid en bevindt deze zich nu in de parkeerbox. Daarbij parkeren twee aan elkaar grenzende woningen in één ruimte, zodat het niet aantrekkelijk wordt voor bewoners om de ruimte dicht te zetten.
Voor de woning bevindt zich een voetpad en verhoogde zitplaatsen, zodat bewoners geen stoep meer hoeven te claimen maar een eigen deel tot hun beschikking hebben. Doordat deze pilot zich op het kop van de Edisonstraat bevindt is het mogelijk rond te cruisen met de auto en zo te flaneren tussen de toeschouwende buurtbewoners.
Pilot 05
Door het karakteristieke beeld van de strook groen langs het spoor de wijk in te trekken ontstaat een betere verbinding tussen deze strook en Woensel West. Ook brengt het meer groen de wijk binnen op een plek waar dat nu nog zeer gering aanwezig is. Het groen wordt de wijk ingetrokken aan de hand van een aantal beken, die vanuit de strook langs het spoor de wijk in lopen. De oevers van deze beken waarlangs paden lopen vormen de groenvoorziening in de buurt. Het water in deze buurt zorgt dynamiek en is uniek voor deze wijk.
Om de woningen langs dit groen te kunnen betreden, worden deze woningen via de achterzijde ontsloten. Er wordt op eigen kavel geparkeerd.
Pilot 06
Deze buurt heeft in de bestaande situatie al een sterk naar binnen gerichte opzet. Deze kwaliteit buiten we uit door de garageboxen achter de woningen te verwijderen en er half verdiept te gaan parkeren. Op deze parkeerkelder komt een buurtplein met speelruimte en plaats om buurtactiviteiten zoals barbecues te organiseren. Het plein is alleen te bereiken vanuit de parkeerkelder en de omliggende tuinen en dus niet toegankelijk voor mensen van buiten de buurt.
Om van en naar de geparkeerde auto’s te komen moeten de bewoners gebruik maken van de trap of lift naar de parkeerkelder die midden op het plein gelegen is. Hierdoor ontstaan er routes op het plein die ervoor zorgen dat er altijd gebruik van gemaakt wordt.
Pilot 07
Parkeren vindt plaats in parkeertoren die aan het begin en het eind van de straten staan. De maximale loopafstand naar de torens wordt zo beperkt tot de halve lengte van de straat. Hierdoor ontstaat ruimte in de straten aan de voorzijde van de woningen en kan deze ruimte autovrij gehouden worden. De straat krijgt geen profiel en wordt bestraat met betonplaten met staalvezel (ref. beeld, maar toch ook met cortent staal?). Het straatmeubilair staat los en is dus verplaatsbaar binnen deze straat. Door kabels te spannen tussen de woningen is het mogelijk de straat tijdelijk te overdekken. Hieraan wordt ook de straatverlichting gehangen. Het terrein kan hierdoor gebruikt worden voor evenementen op cultureel gebied. Deze evenementen kunnen geïnitieerd en georganiseerd worden vanuit het aan de Wattstraat gelegen wijkcentrum. Alles in deze ruimte ook het straatmeubilair zal dus een tijdelijk karakter krijgen.