uitkijkroute

uitzichtroute

plaats:
Natuurbrug Zanderij Crailo, Utrecht

trefwoorden
www.natuurbrug.nl, ruben ter harmsel, uitkijktoren

opdrachtgever
prijsvraag

projectteam
Ruben ter Harmsel en Henrik Jan Haarink

datum
maart 2006

project
Op een knooppunt van verschillende bewegingslijnen (snelle, trage, industriële, ecologische) is gekozen voor een uitzichtpunt. Deze plek op het grondlichaam van het ecoduct is er één met een grote dualiteit. Langszij lopen vluchtige stromen in de vorm van het sporen- en wegennet. Over de natuurbrug loopt een wandelroute die twee natuurgebieden met elkaar verbind. Het ontwerp probeert een antwoordt te vinden op deze gegeven dualiteit.
De oplossing van het knelpunt in de ecologische hoofdstructuur met behulp van een natuurbrug wordt met de keuze voor een toren verder geaccentueerd. De toren is een baken op de natuurbrug. Doormiddel van een sculpturaal baken zal de aandacht worden getrokken van verkeer op het spor en de weg. Potentiële gebruikers kunnen zo naar het gebied worden getrokken. Bij benadering vanuit de natuurgebieden blijkt de sculpturale monoliet steeds meer te transformeren naar een transparante beklimbare toren. De looproute loopt door de toren, waar de beslissing genomen kan worden het pad omhoog te nemen of over de brug door te lopen.  Dualiteit van het gebied wordt vertaald in dit contrast in de toren.
Een sculpturaal baken versus een slanke transparante uitkijktoren. Industriële materialisering versus natuurlijke. Een eyecatcher vanaf de weg en het spoor, een doorgangsroute en uitkijkpunt voor de voetgangers in het natuurgebied.
Als de toren te voet benaderd wordt transformeert de sculptuur naar een slanke, transparante klim- en uitkijktoren. Bij de klim via het trappenstelsel naar boven, krullen de twee wandelrichtingen samen naar boven. Door de transparantie aan de smalle zijden zijn de beide natuurgebieden die door de natuurbrug gekoppeld worden zichtbaar. Op de trapbordessen is ruimte om uit te kijken op het ecoduct en het steeds beter zichtbaar wordende achterliggend groen naarmate men meer stijgt in de toren. Door conusgaten die gebruikt worden bij het vervaardigen van de twee betonnen schijven open te laten kan tijdens het stijgen door de nieuwsgierige klimmer een glimp van de weg en het spoor opgevangen worden. Eenmaal boven is het uitzicht rondom.

materialisering
Voor de twee schijven wordt beton toegepast. Hiermee wordt het beeld van een monoliet versterkt. Dichterbij gekomen blijkt dat de bekisting was voorzien van een structuurbehang welke een natuurreliëf in het beton heeft achtergelaten. De conusgaten die nodig waren voor de bekisting zullen geopend blijven om tijdens de klim naar boven te kunnen ‘spieken’ naar het andere gebied.
Door de toepassing van verticale ribben van cortenstaal wordt de verticaliteit van de toren benadrukt. Verticaliteit wordt. De ribben staan parallel aan de betonwand, zodoende kan er van de weg en het spoor niet door gekeken worden, wat het idee dient van een baken die de plek herkenbaar maakt. Als vervolgens de toren via de natuurgebieden benaderd wordt, blijkt de sculptuur te transformeren tot een kader met daarin lucht, licht, route. De ribconfiguratie bevindt zich in de bewegingslijn van de brug, zodoende kan de aandacht worden gevestigd op het groengebied van het ecoduct.
In de toren worden de trappen en bordessen van verduurzaamd naaldhout gemaakt, dat in de omgeving volop aanwezig is. De lamellenstructuur van het cortenstaal wordt in de doorvalbeveiliging doorgezet. Echter niet in staal maar in hout. De binnenzijde van de toren krijgt zo een karakter dat in sterk contrast staat met de betonnen buitenkant.

constructie
De twee toegepaste betonnen schijven krijgen hun stabiliteit door de schoren in de vouw van de gevelvlakken, en door de bordessen die de schijven koppelen. De schoren worden tevens gekoppeld aan de bordessen die zo dienst doen als knikverkorters. De constructie is zo deel van de vorm van de toren.